Ribe komt het best tot zijn recht in een rustig tempo. De oude binnenstad is compact en de straten wisselen snel tussen plein, smalle steegjes, kinderkopjes en oude gevels. Het bijzondere is niet één enkel huis, maar het geheel: straten, gebouwen en kleine stadsruimtes die de middeleeuwse stad nog altijd als een eenheid bijeenhouden.
De kronkelende straatlijnen doen iets heel concreets met de wandeling. De blik mag niet zomaar rechtdoor gaan; de volgende hoek, geveltop of huizenrij duikt al dichtbij op. Dat geeft de stad een ander ritme dan nieuwere, rechtlijnige stadscentra.
De Dom van Ribe ligt aan het Torvet en is het vaste oriëntatiepunt in het centrum. De Borgertårnet heeft geen spits, is hoog en van ver zichtbaar in het vlakke landschap, en vanaf de top krijg je overzicht over de daken van de stad en het moerasland rond Ribe.
De Ribe Å en de Ribe Å-delta lopen door de oude stadswijk. Langs het water liggen sluizen en waterlopen, die rustpunten bieden tussen de dichte straten. Op Skibbroen staat de Stormvloedzuil als een nuchtere herinnering dat Ribe niet alleen uit kinderkopjes en vakwerk bestaat, maar ook een stad aan het water is met hoge waterstanden.