Outrup Kirke is van een afstand niet groots, maar zit vol sporen als je op de details let. Koor en schip hebben een romaanse kern, terwijl latere middeleeuwse lagen zowel de ruimte als het silhouet hebben veranderd. Van buiten maken de materialen deel uit van het verhaal: graniet, Rijnlandse tufsteen, baksteen en loden dak komen samen in één West-Jutlandse dorpskerk.
Een van de meest bijzondere kenmerken van de kerk is het reliekgraf in de altaartafel met een klein reliekschrijn dat een stukje bot bevat. De apsis wordt bovendien verbonden met een sage over boetedoening voor een misdaad, en op de koningsstijl van de apsis zit een opvallend, met een helm bekleed hoofd, uitgevoerd in lood. De muurschilderingen in koor en schip zijn geen grote beeldverhalen, maar eerder stille sporen: geometrische randen, kepers en ornamenten van een onbekend atelier.
Binnen in de kerk bestrijkt het interieur bijna de volledige gebruiksperiode van de kerk, van de romaanse granieten doopvont tot houtsnijwerk uit de streek rond Ribe en het altaarstuk uit het begin van de 17e eeuw. Buiten houden de veldstenen muren van het kerkhof en de witgekalkte westelijke poort vast aan een ouder complex, terwijl een klein grafstenenmuseum in de noordoostelijke hoek stenen verzamelt die vroeger binnen in de kerk lagen.