Mandø ligt midden in Nationaal Park Waddenzee tussen Fanø en Rømø, ten zuidwesten van Ribe. Al bij aankomst merk je dat het eiland anders is: de Låningsvejen over de zeebodem kan alleen bij eb worden gebruikt, en bij vloed staat deze onder water. Daardoor is het getij meer dan alleen een uitzicht; het bepaalt heel eenvoudig wanneer je van en naar het eiland kunt komen.
Op Mandø is het landschap open op die typische Waddenzeemanier: lucht, vlaktes, weilanden, dijken en bewegend water. Vanaf de zeedijk kun je vooral bij vloed vogels spotten, zowel buiten de dijk richting de Waddenzee als op de weilanden binnen de dijk. De weilanden met meren en moerasvegetatie fungeren als broed- en foerageergebieden voor onder andere eenden, ganzen en steltlopers.
Mandø maakt deel uit van de Waddenzee, die door UNESCO wordt omschreven als 's werelds grootste ononderbroken systeem van getijdenplaten met zand- en modderplaten. Het eiland heeft ongeveer 30 vaste bewoners, vooral geconcentreerd in Mandø By in de luwte van de duinenrij aan de westkant. Tussen de natuur liggen ook tekenen van het eilandleven: een kerk, molen, stormvloedszuil, een klein museum en de mogelijkheid om fietsen te huren. Hier voelt werelderfgoed niet als een plaquette, maar als iets dat de weg twee keer per dag optilt en afsluit.